Je schilt de aardappelen, snijdt ze in gelijke stukken en kookt ze in water met zout in ongeveer 18–20 minuten gaar.
Je giet de aardappelen af en laat ze kort droogstomen.
Je stampt de aardappelen grof of fijn, afhankelijk van je voorkeur. Je mengt de boter en de warme melk erdoor tot een romige puree.
Daarna voeg je de kaasblokjes toe terwijl de puree nog heet is. De kaas smelt deels en blijft deels zichtbaar, zoals op de foto.
Je wast de raapsteeltjes grondig, snijdt ze grof en mengt ze als laatste rauw door de hete puree. Ze slinken licht, maar behouden hun frisse kleur en structuur.
Je brengt op smaak met zout, peper en eventueel nootmuskaat.
Je serveert de stamppot direct en legt er een extra klont boter bovenop.